deel2NL

For the English version click here!

Voor deel 1, klik hier!

Hoe staat het ervoor met jullie stekenlapjes? Ik weet zeker dat jullie hoofd tolt van alle mooie steek en ontwerp ideeën die jullie nu hebben 🙂 Deel jullie ideeën en lapjes met #ASOYcrochetsweater, want ik vind het echt super gaaf om te zien!

Klaar voor deel 2 van deze serie? Er is dit keer ontzettend veel informatie en ook veel  berekeningen. Wees niet bang, dit is allemaal onderdeel van het proces! Aan het begin van mijn eigen proces had ik een groot kluwen van informatie en getallen verspreid over een excel sheet waar ik zelf niet eens meer uit kwam. Na een tijdje leerde ik welke getallen ik nodig had, maar ik zal je de tijd en moeite besparen door te bespreken welke informatie je als minimum nodig hebt, zonder dat je dat allemaal zelf hoeft uit te zoeken.

Maten bepalen

Je dient je eigen maat de matchen aan een tabel met alle standaard maten, zoals busteomtrek, armwijdte, schouderbreedte etc.

Er is een erg handige (Engelse) tabel met de maten XS tot 5XL op de craftyarncouncil website, die ik ook heb gebruikt voor mijn Picking Flowers trui. De tabel geeft niet alle maten die ik hieronder heb beschreven, maar de meeste staan erin.

Maak een eigen tabel met alle maten die je nodig hebt voor je trui*;

  • Buste omtrek (gemeten onder de oksels door over het wijdste deel van je borst)
  • Buste hoogte (van schouder naar tepel, dit is zeker handig als je een aansluitend model wilt, omdat je dan weet waar het breedste deel van de buste zich bevindt)
  • taillewijdte (als je een aansluitende trui wilt maken)
  • Heupomtrek (als je een lange trui wilt maken)
  • Schouder tot schouder
  • Schouderwijdte (van hals tot schouderpunt)
  • Ruglengte (van de onderkant van je nek tot de taille)
  • Arm lengte (van schouder tot pols)
  • Bovenarm wijdte
  • Polswijdte
  • Armsgat diepte (van schouder tot de onderkant van je oksel)
  • Nek omtrek
  • Zijlengte (van onderkant armsgat tot heup)

*De schuingedrukte punten zijn optioneel, afhankelijk van hoe aansluitend je het model wilt maken 

Dit zijn de maten van het lichaam, dus NIET de maten van je trui! Als je wilt weten hoe je je eigen maten kunt opmeten om met de tabel te vergelijken, klik dan hier.

Ik adviseer om vanaf nu met excel te werken, omdat het je berekeningen zoveel makkelijker maakt (omdat je ze niet zelf hoeft te maken nadat je alle standaard berekeningen hebt ingesteld in de cellen). Klik hier voor een excellente (Engelse) tutorial, om te leren hoe je in excel je getallen en berekeningen bijhoudt.

 

Overwijdte/lengte en onderwijdte/lengte

Onderwijdte betekent dat de maten (van delen) van de trui kleiner zijn dan de afmetingen van het lichaam. Als je onderwijdte in je trui wilt gebruiken, moet je een stekenpatroon gebruiken die ook genoeg rek geeft om nauw aan te sluiten, zonder dat het onprettig aanvoelt. Ik gebruikte een onderwijdte van 1 cm voor de mouwen. Mijn gebruikte steek voor de picking flowers trui (stretchy mos steek) en gebruikt garen (wol/zijde mix) heeft genoeg stretch om die 1 cm onderwijdte op te vangen.

Daarnaast is er nog overwijdte. Dit betekent dat de maten van de trui groter zijn dan de afmetingen van het lichaam (wat vaak zo is met truien). Als je bijvoorbeeld een oversized look wilt, dan kun je dus extra centimeters aan de buste toevoegen. Klik hier voor meer informatie over overwijdte en onderwijdte (ik heb helaas weer alleen iets in het Engels kunnen vinden).

 

Afmetingen van de trui berekenen 

Nu je weet wat de afmetingen zijn van de verschillende delen van het lichaam, kan je de maten van de trui berekenen.

Om dit te doen, pak je de maten van het lichaam en voeg je centimeters toe of haal je ze eraf voor de overwijdte en onderwijdte. Schrijf deze correcties op, want je hebt deze later ook nodig voor de andere maten! (Dit hoef je natuurlijk niet te doen als je van plan bent om alleen voor je eigen maat een trui te maken. Deze tutorial gaat ervan uit dat je meerdere maten wilt maken.)

Wees niet bang voor al deze berekeningen. Het is wat minder om te doen als je niet van rekenen houdt, maar toch zeker wel nodig en absoluut niet moeilijk om te doen. Ik heb wat rekenvoorbeelden gegeven hierbeneden.

TIP:  Je kan ook simpelweg een trui pakken die je al hebt, die maten opmeten en ze dan vergelijken met de afmetingen van het lichaam van de tabel die je hebt gemaakt, zodat je precies weet hoeveel overwijdte en onderwijdte er wordt gebruikt voor elk deel.

 

Rekenvoorbeelden (alle getallen zijn verzonnen en zijn mogelijk niet hetzelfde als echte lichaamsmaten):

 

Trui wijdte:

Oversized truilijf: Busteomtrek + overwijdte = trui lijf omtrek 

De omtrek is 85cm, (85/2 kanten=) 42,5 cm voor de voorkant en 42,5 cm voor de achterkant.

Ik wil graag een oversized trui, dus ik moet overwijdte toevoegen. Ik wil (20 cm voor de voorkant en 20 cm voor de achterkant=)40 cm  toevoegen aan het totaal. Dit geeft een omtrek van 85+40=125 cm, dus (125/2=) 62,5 cm voor de voorkant en 62,5 cm voor de achterkant.

 

Mouwen: 

aansluitende mouwen:

bovenarm omtrek – onderwijdte = mouw maat voor de bovenarm 

polsomtrek – onderwijdte = mouwmaat voor de pols 

De armlengte gemeten van de punt van de schouder tot pols is 50 cm. De omtrek voor de bovenarm is 25 cm en de omtrek voor de pols is 18 cm.

Ik wil een nauwsluitende lange mouw, daarvoor kan ik een beetje onderwijdte gebruiken. De mouw zal 50cm blijven, want ik wil een lange mouw.

Ik zal 1 cm van de bovenarm en pols afhalen, dus de uiteindelijke afmetingen is (25-1=) 24 cm voor de bovenarm en (18-1=) 17 cm voor de pols.  Gebruik voor aansluitende mouwen alleen onderwijdte als je genoeg stretch hebt in je stekenpatroon en garen. Als je niet genoeg (of geen) rek hebt, kun je de normale afmetingen van de arm gebruiken, of een klein beetje overwijdte toevoegen.

 

De halswijdte bepalen:

Halsafmeting: halve bustewijdte – (schouderbreedte x 2) = netto halswijdte 

Aanpassingen hals: netto halswijdte + extra wijdte = uiteindelijke halswijdte 

aanpassingen schouders: (halve bustewijdte – uiteindelijke halswijdte) / 2 = schouderwijdte per schouder

Als je de schouderbreedte weet en de halve bustewijdte (bustewijdte /2), dan kun je bepalen hoeveel ruimte er over is voor de hals aan de voorkant en de achterkant.

Rekenvoorbeeld: de halve bustewijdte is 38cm. Een schouder meet 12 cm, maar je hebt er twee, dus voor de schouders heb je in totaal (12×2=) 24 cm nodig. Nu heb je voor de hals (38-24=) 14 cm over voor 1 voor- of achterkant dus (14×2=) 28 cm in totaal. Dit is niet erg veel voor het hoofd om door te passen, dus moet je centimeters toevoegen. Alle extra wijdte moet je dan weer van de schouders aftrekken.

Als ik bijvoorbeeld 4 cm wil toevoegen voor de hals, dan krijg ik een hals van (14+4=) 18cm. Die extra 4 cm moet ik gelijkmatig van beide schouders afhalen. De schouders zullen dan dus ((38-18) /2 =) 10 cm elk meten.

Nu we de wijdte hebben bepaald, kunnen we ook de diepte bepalen. De basis diepte is vanaf waar je nek eindigt, dus dat is geen enkele diepte. Als je een verlaagde hals wilt, dan kun je het 5 of 10 cm verlagen. Dit kan ook met de achterhals, maar dan in wat mindere mate, tenzij het onderdeel is van je design om een lage achterhals te hebben.

Er zijn naast dit voorbeeld nog ontzettend veel andere manieren om de halswijdte en diepte te bepalen in relatie tot de schouderwijdte en lijfomtrek. Houd voor nu in je achterhoofd dat elke correctie die je maakt in de hals, weer effect heeft op een ander deel van je trui. In deel 3 geef ik je sowieso nog veel meer voorbeelden om de wijdte, diepte en vorm van de hals te bepalen!

 

Lengte van schouder tot armsgat: 

Armsgatdiepte + overwijdte= armsgat van trui 

Als je de trui van boven naar beneden haakt, start je met de schouders en hals en ga je geleidelijk naar beneden. Dit is waar de armsgatdiepte een rol speelt! Als je een fijn los armsgat wilt, waar je goed in kan bewegen, dan voeg je overwijdte toe. Als de armsgatdiepte 17 cm is (gemeten van de schouder tot het armsgat) dan voeg ik 5 cm toe. Nu weet ik dat ik (17+5=) 22 cm moet haken voordat ik het armsgat kan sluiten om de rest van de trui te haken. Ik adviseer sowieso om ALTIJD minstens 1 cm toe te voegen aan de diepte, zodat het comfortabel is om te dragen!

 

Trui lengte voorbeeld:

We weten al waar het armsgat eindigt dus we kunnen gewoon opmeten waar we willen dat de trui ophoudt vanaf dat armsgat en dat is dan de lengte van de trui.

Ik snap dat deze berekeningen wat veel kunnen lijken en dat het soms lastig te bepalen is hoeveel centimeters je moet toevoegen, maar het is allemaal onderdeel van het proces en niet heel moeilijk om te doen! Natuurlijk kan je altijd een trui pakken die je al hebt en die opmeten, zoals ik in de TIP al aangaf.

 

Van afmetingen naar steken

Nu je alle afmetingen voor je trui hebt en je weet hoeveel je stekenverhouding is, zijn we een stap dichterbij het maken van het patroon! Dit betekent nog meer berekeningen, maar het is een fijn gevoel om al die saaie centimeters om te zetten in steken 🙂

Als eerste moeten we het aantal steken en rijen per centimeter hebben van de opgespannen/gewassen stekenverhouding.

Bijvoorbeeld: je opgespannen/gewassen stekenverhouding is 20 v/18 rijen voor een vierkant van 10x10cm. Dan heb je een getal van (20/10=) 2 vasten per 1 centimeter en (18/10=) 1,8 rijen per 1 centimeter.

Nu vermenigvuldig je de afmetingen van de trui met deze getallen. Gebruik de steekverhouding (2 steken) voor de wijdte en de rijverhouding (1,8 rijen) voor de lengte!

Breedte afmetingen van de trui x steekverhouding = aantal steken 

Lengte afmetingen van de trui x rijverhouding = aantal rijen 

Voorbeeld: Ik wil een omtrek van 125cm, dus ik moet dit getal vermenigvuldigen met mijn steekverhouding van 2. Het aantal steken wat ik moet gebruiken is (125×2=) 250 steken

Ik wil een lengte van 40cm vanaf de armsgaten, dus ik moet dat getal vermenigvuldigen met mijn rijverhouding van 1,8. Het aantal rijen wat ik nodig heb voor de lengte is (40×1,8=) 72 rijen.

Wat gebeurt er dan als het geen heel getal is, zoals 71,8? Dan kun je gewoon afronden naar boven of beneden, naar gelang wat je beter uitkomt. Als je bijvoorbeeld alleen even of oneven aantallen nodig hebt in verband met je gebruikte steek, dan rond je daarnaar toe af.

 

PRO TIPS:

  • Houd je berekeningen bij. Als er ergens een fout is, dan weet je of dit door een rekenfout komt of niet.
  • Daarnaast is het ook raadzaam om je onafgeronde getallen bij te houden en ook waar je naartoe hebt afgerond. Als je dan een fout tegenkomt, dan kun je gelijk checken of dit door het afronden komt of niet.
  • Zoals al vaker gezegd, houd de toegepaste over- en onderwijdte goed bij als je ook nog van plan bent om ook voor andere maten te ontwerpen.
  • Zorg dat je de getallen gebruikt op zo’n manier dat ze corresponderen met wat je wilt berekenen, zoals alleen het voor- of achterpand. Dit betekent dat als je de steken berekent voor het voorpand, dat je alleen gebruik maakt van de HALVE buste omtrek. Als je in de rondte werkt voor het lichaam van de trui, gebruik je weer de HELE buste omtrek. Als je moet weten hoeveel steken je in totaal in de schouders hebt verwerkt voor je voorpand, verdubbel je de schouderwijdte, omdat je twee schouders hebt, etc.

 

Zo, dat is deel 2 klaar! Ik snap dat dit erg veel informatie is in een keer, maar neem het 1 ding tegelijk en je zult zien dat het allemaal goed komt! Ik zou heel graag je voortgang zien 🙂 Deel het met hashtag #ASOYcrochetsweater op social media.

In het volgende deel gaan we pas echt goed aan de slag 🙂 Ik geef je dan ontzettend veel voorbeelden voor halzen, mouwen en andere vormen, zodat je zelf kunt gaan oefenen! Tot dan!

Klik hier voor deel 3!